Bal 11.27

Toepassing van vangmiddelen en klemmen conform Besluit activiteiten leefomgeving, (Bal)

(Onderstaande tekst is gegenereerd door chatgpt op basis van de hieronder genoemde literatuur en is van het toepassing op het uitvoeren van IPM-Knaagdierbeheersing)

1. Doel en reikwijdte
Deze paragraaf beschrijft de eisen en werkwijze voor de toepassing van vangmiddelen, waaronder klemmen en vallen, binnen de uitvoering van plaagdierbeheersing. De werkwijze is gebaseerd op het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), in het bijzonder artikel 11.27, en is van toepassing op alle medewerkers en werkzaamheden binnen de organisatie.
Het doel is het waarborgen van:
• dierenwelzijn
• veiligheid voor mens en omgeving
• bescherming van het milieu
• aantoonbare naleving van wet- en regelgeving
2. Wettelijk kader
De organisatie voert haar werkzaamheden uit conform:
• het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
• de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet
• de bepalingen inzake dierenwelzijn uit de Wet dieren
• Artikel 11.27 Bal stelt eisen aan het gebruik van vangmiddelen binnen milieubelastende activiteiten. Deze eisen zijn leidend voor de uitvoering van werkzaamheden.
3. Algemene uitgangspunten (IPM)
De organisatie hanteert het principe van Integrated Pest Management (IPM), waarbij:
• preventieve maatregelen en wering prioriteit hebben
• bestrijdingsmaatregelen alleen worden ingezet indien noodzakelijk
• gekozen maatregelen proportioneel en doelgericht zijn
• negatieve effecten op mens, dier en milieu worden geminimaliseerd
• Het gebruik van klemmen en vangmiddelen vindt uitsluitend plaats indien dit past binnen de IPM-afweging en aantoonbaar noodzakelijk is.
4. Eisen aan vangmiddelen en klemmen
4.1 Geschiktheid en toepassing
De organisatie borgt dat:
• uitsluitend vangmiddelen worden toegepast die geschikt zijn voor de doelsoort
• klemmen worden gebruikt conform productspecificaties en instructies van de fabrikant
• middelen doelgericht worden ingezet ter voorkoming van bijvangst
• Het gebruik van niet-passende of inefficiënte vangmiddelen is niet toegestaan.
4.2 Dierenwelzijn
Bij de inzet van vangmiddelen wordt onnodig lijden van dieren voorkomen. Dit betekent dat:
• klemmen effectief en bij voorkeur direct dodend zijn
• vangmiddelen correct en stabiel worden geplaatst
• langdurig lijden van gevangen dieren wordt voorkomen
• De organisatie handelt hierbij conform de eisen uit de Wet dieren.
4.3 Voorkomen van bijvangst
De organisatie treft maatregelen om vangst van niet-doelsoorten te voorkomen, waaronder:
• soortspecifieke keuze van vangmiddelen
• plaatsing in afgeschermde voorzieningen (bijv. klemkasten)
• locatiegerichte risico-inschatting
5. Plaatsing en veiligheid
Vangmiddelen worden zodanig geplaatst dat:
• geen risico ontstaat voor mensen (inclusief kinderen en omstanders)
• geen gevaar ontstaat voor huisdieren of andere niet-doelsoorten
• verstoring van de leefomgeving wordt voorkomen
• Indien noodzakelijk worden vangmiddelen afgeschermd of geplaatst in afsluitbare voorzieningen.
6. Controle en frequentie
De organisatie stelt een controlefrequentie vast voor alle geplaatste vangmiddelen. Hierbij geldt dat:
• de frequentie gebaseerd is op een risico-inschatting (locatie, doelsoort, activiteit en omgeving)
• controles aantoonbaar en volgens planning worden uitgevoerd
• afwijkingen van de frequentie worden gemotiveerd en vastgelegd
• Het doel van de controle is het voorkomen van onnodig dierenleed en het waarborgen van effectiviteit.
7. Verwijdering van dieren
De organisatie borgt dat:
• gevangen of gedode dieren zo spoedig mogelijk worden verwijderd
• verwijdering plaatsvindt op hygiënisch verantwoorde wijze
• verwerking en afvoer plaatsvinden conform geldende regelgeving
8. Registratie en documentatie
Alle werkzaamheden met betrekking tot vangmiddelen worden geregistreerd. Dit omvat minimaal:
• datum en tijd van controle
• locatie en type vangmiddel
• bevindingen (activiteit, vangst, bijzonderheden)
• uitgevoerde handelingen en maatregelen
• naam van de uitvoerende medewerker
• Registraties worden vastgelegd in een logboek of digitaal systeem en zijn herleidbaar en controleerbaar.
9. Milieu en zorgplicht
De organisatie handelt conform de zorgplicht uit het Bal en de Omgevingswet. Dit betekent dat:
• negatieve effecten op bodem, water en lucht worden voorkomen
• werkzaamheden geen onnodige milieubelasting veroorzaken
• bij alle activiteiten een afweging wordt gemaakt tussen effectiviteit en milieubelasting
10. Verantwoordelijkheden en borging
De organisatie borgt dat:
• verantwoordelijkheden voor uitvoering en controle duidelijk zijn toegewezen
• medewerkers zijn geïnstrueerd en competent zijn in het gebruik van vangmiddelen
• interne controles en audits plaatsvinden op naleving van deze procedure
• Afwijkingen worden geregistreerd en waar nodig worden corrigerende maatregelen genomen.
11. Toezicht en handhaving
De organisatie houdt rekening met toezicht door bevoegde instanties, waaronder:
• Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en IL&T
• gemeenten en omgevingsdiensten
• De organisatie zorgt ervoor dat alle werkzaamheden aantoonbaar voldoen aan de geldende eisen.
12. Slotbepaling
Deze procedure is bindend voor alle medewerkers en vormt een integraal onderdeel van het IPM-handboek. Afwijkingen zijn uitsluitend toegestaan indien deze gemotiveerd, gedocumenteerd en aantoonbaar in lijn zijn met wet- en regelgeving.

Literatuurlijst
• Besluit activiteiten leefomgeving [Bal]. (2019). Besluit activiteiten leefomgeving. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. https://wetten.overheid.nl/BWBR0041121/
• Omgevingswet. (2019). Wet van 8 juli 2019 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en andere wetten ter implementatie van de Omgevingswet. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. https://wetten.overheid.nl/BWBR0041468/
• Wet dieren. (2014). Wet dieren. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. https://wetten.overheid.nl/BWBR0003081/
• Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD). (2023). Praktijkrichtlijnen Integrated Pest Management in Nederland. KAD. https://www.kad.nl/ipm-richtlijnen
• Horeca, Industrie & Kwaliteit (HIK). (2022). HIK-certificeringsschema plaagdierbeheersing. HIK Nederland. https://www.hikcertificering.nl/schema-plaagdierbeheersing
• Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). (2023). Handboek toezicht dierenwelzijn bij plaagdierbeheersing. NVWA. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/dierenwelzijn